Begeleiden van kinderen, wat houdt dat in?

Het versterken van executieve functies door ervaringsleren met paarden

Het gaat hierbij om ondersteuning of begeleiding van jeugdigen bij activiteiten. Het accent ligt op het eigen maken van vaardigheden of nieuw gedrag door langdurig oefenen of trainen.

Graag wil ik hulp bieden aan kinderen die zijn vastgelopen op school of elders. Om het kind goed te kunnen helpen, benadruk ik daarbij ook regelmatig het gedrag van de paarden. Kuddegedrag; ik zie het als voorbeeldgedrag. Paarden spreken hun eigen taal; leiderschap, kracht, rust, spel, ruzie maken, angst, echtheid, vrolijkheid, ondeugendheid en eerlijkheid, alles komt aan bod in een harmonieuze kudde. We maken steeds weer een transfer naar de leefwereld van het kind.


Ieder kind is welkom

Bij kinderen die emotioneel of fysiek uit evenwicht  zijn geraakt ontstaat vaak 'opvallend gedrag'.

Op de Femkesfarm is ieder kind welkom met alles wat het met zich meedraagt. Samen met het kind en de ouders stellen we een hulpvraag op. Soms kan het zijn dat het kind de leerstof op school er maar niet in krijgt of dat het helemaal niet meer naar school wil gaan. Weer een ander komt omdat hij of zij te weinig zelfvertrouwen heeft of te druk is in het lijf of in het hoofd. De oorzaak doet er eigenlijk niet toe.

 

Actie

Met een duidelijke hulpvraag in gedachten  bedenk ik een serie interventies. Voor het kind betekent dit gewoon lekker bezig zijn met de paarden maar, het werken heeft altijd een bedoeling. Stap voor stap werken we naar een doel.

 

Reflectie en transfer

Na het werken met de paarden bespreken we hoe het gegaan is. Ik laat het kind benoemen wat het geleerd heeft, of wat het paard geleerd heeft want dit geeft het kind soms nog meer voldoening.  We bespreken wat we van het geleerde kunnen gebruiken in het echte leven.


Ervaringsleren met hulp van paarden.
Een werkwijze die de ontwikkeling van de eigen kracht centraal stelt. 
Drie kernbegrippen zijn essentieel in het proces van ervaringsleren:
  1. Actie: We maken een plan. Het kind kiest ervoor om met één, twee of drie paarden te werken. 
  2. Reflectie: Samen met het kind bespreek ik hoe het gegaan is en vervolgens zoeken we samen de transfer. 
  3. Transfer: Hoe kan het kind de vaardigheid inzetten in het dagelijks bestaan.